Actiecommissie: extra bescherming Limburgs is kansrijk én uitvoerbaar.

Foto:
Extra bescherming van het Limburgs onder deel III van het Europees Handvest voor regionale talen of
talen van minderheden is volgens de Actiecommissie Limburgse Taal kansrijk én realiseerbaar. Dat
blijkt uit het adviesrapport Limburgs óngerwaeg, dat op 15 september werd aangeboden aan
Gedeputeerde Staten van Limburg.
“De commissie onderzocht een jaar lang de mogelijkheden voor een toekomstige deel III-aanvraag in
2030. Van de 68 mogelijke deel III-maatregelen blijken 48 direct kansrijk en 3 mogelijk op langere
termijn relevant. Deze 51 maatregelen worden de komende jaren verder onderzocht binnen domeinen
als onderwijs, bestuur, rechtspraak, media, cultuur, economie, zorg en grensoverschrijdende
samenwerking”, zegt Yuri Michielsen, voorzitter van de Actiecommissie Limburgse Taal.
Nederland staat open voor deel III-aanvraag.
Nieuw is dat de Nederlandse regering bij de Raad van Europa heeft aangegeven open te staan voor
steun aan een Limburgse deel III-aanvraag. Er is nu ook ruimte voor maatregelen die pas op langere
termijn worden uitgevoerd. Michielsen: “De commissie adviseert daarom een Taalplan Limburgs 2030-
2050, dat richting geeft aan de toekomst van het Limburgs en helpt bij het selecteren van passende
deel III-maatregelen.”
Geen Standaardlimburgs nodig
Volgens de Actiecommissie is een standaardtaal niet vereist voor deel III-bescherming. In al haar
variaties kunnen Limburgse dialecten – met duidelijke afspraken – ook in formele situaties worden
gebruikt, zowel mondeling als in bepaalde gevallen schriftelijk. Daarmee zijn de meeste deel
III-maatregelen gewoon toepasbaar.
Aanbevelingen voor de korte termijn
Voor een succesvolle aanvraag in 2030 moeten veel maatregelen door de overheid zelf al in de praktijk
gerealiseerd zijn. De commissie ziet dat de provincie nu al bestuurlijke keuzes kan maken en dat
structurele middelen per direct noodzakelijk zijn om het doel van 2030 te bereiken. Zij adviseert in
haar rapport onder meer:
Structureel gebruik van het Limburgs in Provinciale Staten;
Een vaste plek voor het Limburgs op alle provinciale beleidsterreinen;
Provinciaal onderzoek naar mogelijkheden om het Limburgs hoor- en zichtbaar in te zetten in
publiekscommunicatie op al haar beleidsterreinen;
Een provinciale taalenquête en structurele monitor;
Een leerstoel en kennisinstituut voor Limburgse taal en taaltechnologie;
Structurele ondersteuning van Limburgstalige media.
Ook benadrukt de commissie het belang van taaltechnologie en AI-toepassingen, die het Limburgs
beter bruikbaar kunnen maken in onderwijs, media en publieke dienstverlening.
Route naar 2030
Tussen 2026 en 2029 wordt per beleidsterrein onderzocht welke van de geselecteerde maatregelen
wenselijk en breed gedragen zijn, via enquêtes, consultaties en gesprekken met taal- en
maatschappelijke organisaties. Doel is een realistische en breed gedragen aanvraag in 2030 voor deel
III-bescherming gebaseerd op kennis, toekomstvisie en uitvoerbaarheid.
Zoals de Actiecommissie stelt: “Uiteindelijk gaat het erom dat burgers, nu en in de toekomst, zelf
kunnen kiezen óf, waar en wanneer zij (hun) Limburgs of Nederlands gebruiken.
Onder het Handvest heeft de overheid al sinds 1997 de verplichting op zich genomen om de
voorwaarden te creëren die deze keuzes voor het Limburgs mogelijk maken. Deel III van het Europees
Handvest bevat meer concrete maatregelen om het gebruik van een regionale taal te versterken.
Bron: Actiecommissie Limburgse Taal.



